Een halfvolle bus van De Lijn dendert door het Antwerpse stadslandschap. Naast me zit een meisje met een hoofddoek en een boodschappentas op haar schoot. Aan de overkant van het gangpad staat een meisje aarzelend recht en loopt naar ons toe.

Meisje zonder hoofddoek: “Hee, zijn wij geen vrienden op facebook?”
Meisje met hoofddoek: “Ja, dat klopt.”

En toen ging het hoofddoekloze meisje weer naar haar plaats en bleef het nog een tijdje ongemakkelijk stil in de bus (het lawaai uit de mp3 van de jongen achter mij en de gebruikelijke busgeluiden niet mee gerekend).

Sociale netwerksites verdiepen toch echt wel je sociale contacten.

“Mooi, ‘t leven is mooi”, galmt het in mijn binnenste. Gelukkig zijn maakt je week voor Vlaamse klassiekers.

Ontslagen worden is voorlopig nog steeds het beste dat mij kon overkomen. Mijn verlepte sociale leven is onverwachts weer in bloei geschoten en ik heb zelfs weer hobby’s!

Het is allemaal net als in mijn studententijd, maar dan zonder het studeren. En door de meer dan aangename ontslagvergoeding kan ik het nog wel een tijdje uitzingen zonder me een parasiet van de maatschappij te voelen.

Leve de crisis!

Dingen die ik niet ga missen:
- de schrale worstengeur in het station
- de afschuwelijke bedrijfscultuur van macho’s, zeurpieten en gatlikkers
- het apenwerk dat ik moest doen
- de late (over)uren

Dingen die ik ga missen:
- mijn collega’s
- maaltijdcheques
- mijn gloednieuwe mac
- het treinritje naar mijn werk

Dingen die ik nu eindelijk kan doen:
- kasten schuren
- musea bezoeken
- vrijwilligerswerk (later meer hierover!)
- met vrienden afspreken ’s avonds in de week
- luieren op kosten van mijn (voormalig) werk!

Het telefoontje waar ik al meer dan zes maanden op wachtte, kwam vanmorgen. Dat ik bedankt was en niet meer moest komen.

Vrij! Eindelijk vrij! Eindelijk kan ik het hoofdstuk afsluiten, na lange maanden van onderhandelingen, gezeur en gezever. Ik vind het erg voor mijn collega’s die niet echt stonden te trappelen om werkloos te worden en nog erger voor de mensen die achterblijven en twee keer zo hard zullen moeten werken.

Maar ik ben zo blij voor mij! Van mijn vrienden en familie druppelen de felicitaties binnen – proficiat met je ontslag. Zouden ze daar al Hallmarkkaartjes voor hebben? Ik ruik hier een gat in de markt…

We zagen het al van ver. Daar, aan de brug van Willebroek, stond iets in brand. Toen mijn collega en ik de vlammen naderden, merkten we dat het een auto was die in de fik stond op de A12. We waren als een van de eerste getuigen ter plaatse.

Man, een auto brandt hard. De vette vlammen likten aan de brug erboven. Hulpeloos stonden we aan de kant, plaatsmakend voor de ambulances en brandweerlui die voorbij scheurden. We schrokken van een knal terwijl brokstukken wegvlogen en probeerden niet te denken dat er misschien nog iemand in het voertuig zat.

Toen moesten we op zoek naar een alternatieve route richting huis. Het is minder erg dan levend verbranden in je auto, maar wie had gedacht dat we pas anderhalf uur later aan onze voordeur zouden staan. Vlaanderen wordt omgelegd, moet je weten.

In Willebroek waren er wegenwerken die ons omleiden naar plekken waar we nog nooit van gehoord hadden. Zoals Tisselt. De volgende oprit van de A12 bleek ook versperd zodat we uiteindelijk naar Mechelen moesten rijden om daar de E19 te nemen. Op de autostrade werd de chauffeur zo in de war gebracht door de wegenwerken bij Kontich dat hij per ongeluk de afslag nam. Het duurde bijna twintig minuten voor we de oprit vonden. Wij klagen altijd dat de Fransen geen richtingaanwijzers zetten, maar veel beter doen we het zelf ook niet.

Gelukkig is het rustig op de baan, zo rond 1 uur ’s nachts. En vooral: wij leven nog. De chauffeur van de brandende auto, zo las ik daarnet, heeft het niet gehaald.

Ik was er mentaal min of meer op voorbereid. Dikker of dunner, grijzer of kaler, brillen, snorren,… Een mens kan hard veranderen in vijftien jaar tijd. Door Facebook had ik al een preview gekregen van de meeste oud-klasgenootjes. Toch verwachtte ik me nog aan een aantal verrassingen.

De meesten waren gewoon ouder. Hun zevenjarige zelve sijpelde bij elke lach of blik door. Mijn eerste vriendje bleek zelfs nog steeds een weerborsteltje te hebben op zijn kruin. Zussen waren op elkaar gaan lijken, en dat gold evengoed voor mij en mijn zussen. Meer dan eens werd ik aangesproken met de naam van Zus Twee en zij dan weer met mijn naam. De grootste verrassing bleek M. die plots in een Nederlander veranderd was. Zowel qua uiterlijk als qua accent.

Reünies. Een avondje herinneringen ophalen over de lagere schooltijd: hoe we ninjasterren maakten van platgeklopte kroonkurken, vuurke stook deden in het bos achter de school en weet je nog dat we in de grote zandbak dat kamp gebouwd hadden met een kelder ? Omdat de school haar vijfentwintigjarige jubileum vierde, waren de klassen versierd met foto’s, logboekjes over schoolreizen, films en diashows. We vonden er onszelf terug en lachtten met hoe we waren en eigenlijk nog zijn.

Het is fijn om mensen zo lang te kennen. Zeker omdat we allemaal nog klein en spontaan waren toen we elkaar hebben ontmoet. En omdat bijna iedereen in Antwerpen blijkt te wonen, namen we afscheid met de belofte om elkaar gauw weer te zien.

Limiet bereikt, stond er. Eerst dacht ik dat het aan de bankautomaat lag, maar toen ik een paar uur later de stand van mijn zichtrekening bekeek via online banking schrok ik mij te pletter. Al het versgestorte geld van mijn werk was weg. Alsook de rest van het geld dat op de rekening stond.

Bij Cardstop leerde ik dat ik een slachtoffer was van skimming. Mijn bankkaartgegevens zijn gekopieerd en mijn pincode gestolen. De snodaard(s) plunderde(n) daarna in Johannesburg, Zuid-Afrika (!) mijn bankrekening.

Ik krijg het geld wel weer terug van de bank. Maar het is biezonder kut om een (verlengd) weekend zonder centjes te zitten.

Ik hoop dat er toch iemand van mijn geld aan het genieten is.

Het is een van de mooiste boeken die ik dit jaar gelezen heb: Het kleine meisje van meneer Linh van de Franse auteur Philippe Claudel. Zo eenvoudig en ontroerend geschreven.

Maar er zou een waarschuwing op de achterflap van het boek moeten staan. Gelieve Te Lezen Op Rustige Plek. Niet in de trein of zo. Want hoewel het boekje het ideale formaat heeft om het tijdens het pendelen te lezen, geeft het dramatische einde je zo’n figuurlijke klap in het gezicht dat je ogen volschieten. Of toch in ieder geval mijn ogen volschieten. Ik ben dan ook een sucker voor zielige verhalen, remember?

En ik hád het boek al een keer gelezen. Maar alweer zag ik het droeve einde niet aankomen. Tsssk.

Bij welke boeken houden jullie het niet droog? Of ben ik gewoon een watje?

Een benefietfeestje voor een project in een ver land. Plots werd ik door een iemand voorgesteld aan de man die mij ooit eens het lichaam van Christus overhandigd had tijdens een religieus overgangsritueel.

“Ik weet u wonen”, zei de dienaar van God. “Ik u ook hoor”, antwoordde ik.

En toen probeerde ik uit te leggen dat ik heel lang geleden mijn plechtige communie bij hem had gedaan – alleen kon ik niet meer op het woord plechtige komen en trachtte ik het te omschrijven als “het feestje dat je op je twaalfde doet in de kerk” of beter “mijn tweede communie”.

Tot een vriendinnetje (en tevens de organisator van het feestje) mij met zachte hand weg leidde. Thank god for that!

Hangt er iets in de lucht? Werd er op de radio iets verkondigd dat ik gemist heb? Is het een geheime afspraak?

In ieder geval lijkt het of de automobilisten vandaag collectief besloten hebben nog net door het rood te rijden. Ik werd op vrijwel elk fietspad bijna van mijn sokken gereden, terwijl ik toch groen had.

Of zouden de verkeerslichten vannacht gecrashed zijn en daarna verkeerd heropgestart? Schijnt het zonlicht te hard in de ogen van menig autobestuurder? Is rood het nieuwe groen? Stof tot nadenken op een donderdagmorgen.

Volgende Pagina »