De badkamer zag eruit alsof er een schaap in geslacht was. Of een mortiergranaat ontploft. Bloedkleurige spatten spikkelden de muur- en vloertegels, de wasbakken, mijn been, de wasmand en de deur. En dan te bedenken dat alles begonnen was met een domme valpartij op Mano Mundo zaterdag.

We gingen de sfeer opsnuiven in de Schorre in Boom en dansen op de Antwerp Gipsy Ska Orkestra en Natacha Atlas, maar ik had het festivalterrein nog niet eens betreden of ik ging languit tegen de vlakte. Gestruikeld over een plank op de weg. Mijn knie was geschaafd, net nu het rokjesweer was. Goed, na twee minuten gepruil was ik klaar om te doen waarvoor we gekomen waren: ons gat schudden op de fijne ritmes van de muzikanten op het hoofdpodium.

Weer thuis sprayde ik twee keer per dag een kleurloos en niet prikkend ontsmettingsmiddel op het wondje. Vanochtend ontdekte ik dat mijn knie er toch niet zo goed uitzag als ik hoopte - de details zal ik u besparen, wie weet eet u voor de computer.

Gelukkig had ik nog ergens een flesje Iso-Betadine staan: het old-skool roodsel. Feest. Alleen was het een raadsel hoe ik het ding moest openkrijgen. Draaien, klikken en draaien, trekken: niets werkte. Dus dacht ik mijn frisse ochtendkop dat slaan misschien wel een goed idee kon zijn. Nee dus.

Na precies drie keer het flesje tegen de wasbak te meppen vloog de dop eraf. En zowat de halve inhoud van de flacon spetterde de badkamer onder. Gelukkig gaat Iso-Betadine er best vlot weer af. Van de tegels en deur althans. Of de vlekken ook uit mijn kleren verdwijnen valt nog af te wachten.

Voilà, mijn jaarlijkse ramp domme stoot is alweer achter de rug.

Zou het niet leuk zijn om alleen maar tijdens slecht weer te moeten werken? In België weet je nooit hoe lang de zon nog blijft schijnen en als dat dan uiteindelijk gebeurd moet je er toch maximaal van kunnen profiteren?

Ik heb nog het geluk dat ik (nog?) geen kinderen heb. Ik moet mijn vakantiedagen helemaal niet opsparen voor pedagogische studiedagen of zo, dus kan ik gewoon een dagje verlof nemen - zo maar, om van het mooie weer te genieten. En dat doe ik dus. Vrije dagen worden volledig ingevuld met liggen en lezen in een park of zonnekloppen op een terrasje.

Het huishouden blijft deze dagen langer liggen - er moet buiten geleefd worden! Als het weer begint te regenen, ruim ik de rotzooi hier wel op. Ik slaap ook niet meer uit. Waarom in bed blijven liggen als je buiten in de zon kan zijn? Ik ontdek de leukste plekjes in de stad om je in het gras te nestelen, er zijn er meer dan je denkt. Het picknickpakket staat permanent paraat in de hal - deken, water, boek klaar om mee te nemen.

En weer neem ik me voor dat dit de laatste zomer zonder tuin zal zijn.

Vreemd, heel vreemd hoe sommige zoektermen naar mijn site leiden. Ik heb de meest bizarre in dit postje gebundeld:

Last van de oren hoor me zelf praten
Tja, als je niks interessants te vertellen hebt, is dat wel vervelend

bieke met de fles
Is er hier iemand op zoek naar bezwarend materiaal?

“vriendinnen”"naakt”"strand”"spannend”
Dat zou je wel willen, hé vetzakske!

mensen die niet kunnen praten zijn stom
Euh ja, dat klopt inderdaad. Maar wat zoek je precies?

nepsigaretten maken
Sorry, nog nooit gedaan dus ik kan je er ook verder niet bij helpen.

wat is valse bescheidenheid
En je komt hierdoor op mijn kleine, onbelangrijke website terecht?

En ten slotte in de categorie “zeer verontrustend”:
kut plat slaan
Heeft je moeder je niet geleerd dat je niet mag slaan? En zeker geen meisjes!

Als ze hun paarse voetbalshirtjes niet hadden gedragen, hadden we ze waarschijnlijk niet herkend, maar nu was het duidelijk dat we (collega A. en ik) en de voetballers van Germinal Beerschot in hetzelfde park zouden joggen. A. en ik giechelden als schoolmeisjes.

We draalden tijdens het stretchen, want wij waren nog maar net met start to run bezig en zij waren betaalde sporters (ook al zijn voetballers de mietjes onder de sportlui). Ons gegiechel en ons eindeloze gestretch viel op. Een speler - door A. geïdentificeerd als Hernan Losada - kwam op ons af. Of we geen zin hadden om een halfuurtje met hen te joggen? We wezen het vriendelijke voorstel af, we hadden geen zin om ons belachelijk te maken op deze mooie zomerdag. (Terwijl we stiekem in katzwijm vielen. Een speler van Germinal Beerschot! Vroeg ons! Om mee te joggen!)

Toen de spelers eindelijk vertrokken voor hun halfuurtje beweging, vertrokken wij ook - de andere kant op. A. en ik hadden nog nooit zo goed gejogd. We liepen als een speer door het park, lichtjes paranoïde dat we voorbijgestoken zouden worden door paarse mannetjes. Dat gebeurde vreemd genoeg niet. De spelers leken wel opgelost tussen de bomen. Af en toe vingen we nog een glimp paars op, maar nooit liepen ze ons voorbij.

Onze jogronde zat er op toen we de trainer tegenkwamen. “Jullie vertrekken te snel!”, riep hij ons toe. We stopten en de trainer van Germina Beerschot gaf ons meer tips: hoe we moesten stretchen, hoe we de loopsessies moesten opbouwen. (We vielen voor de tweede keer in katzwijm. De trainer van Germinal Beerschot! Praatte! Met ons!)

“En dat ik jullie over drie maanden drie kwartier aan een stuk zie lopen, hé!”, wuifde hij ons gedag. A. en ik zijn nu geweldig gemotiveerd. Ons trainingschema wordt opgedreven: we gaan nu twee keer per week lopen. De volgende keer als een speler ons meevraagt, moeten we ja kunnen zeggen!

Vrijdag. Een beetje onverwacht heb ik een goed gesprek met collega T. We zijn nog aan het werk, hebben een deadline, maar plots neemt T. de tijd om met mij over koetjes en kalfjes, concerten en muziek te praten. Leuk. Gezellig. Ik mag zelfs een cd van hem lenen tijdens het weekend.

Toch bekruipt me het gevoel dat hij iets van me moet. T. en ik praten wel, maar dan alleen als we beiden in de keuken van Het Bedrijf aan het eten zijn en er nog tien anderen rond de tafel zitten. Hij is diegene die steeds vlotte, maar cynische natrappen geeft. Grappig, maar soms net iets te scherp.

In de trein denk ik er nog even over na. Ben ik nu zelf gewoon zo verzuurd dat ik bij elk vriendelijk gesprek denk dat er iets meer achter schuilt? Kan ik niet gewoon blij zijn met een beetje sociaal contact met collega T.? Ik besluit dat ik niet zo achterdochtig moet zijn en geniet van het weekend.

Vandaag krijg ik een brief in de bus van Het Bedrijf. Het zijn sociale verkiezingen en we moeten een personeelsvertegenwoordiger aanduiden. En wie prijkt er op het lijstje, tussen negen andere namen?

Ik dacht dat ik volledig paranoïde was, maar het is dus echt. Sommige collega’s kunnen blijkbaar alleen met me praten als ze me nodig hebben.

Ik kende niks van rugby. Of toch bijna niks: ik wist dat je de bal over de lijn moest krijgen van de andere ploeg en lijfelijk contact - anders dan bij die mietjes van voetballers - toegestaan was. Toch brulde ik me vanaf de eerste minuut de ziel uit het lijf: “PAKT ‘EM!!” en “KOMAAN BELGIË/ALLEZ LES BELGES!!!” en zwaaide ik als een gek met de Belgische vlag. Het was niet zo maar een wedstrijd, nee, het was dé wedstrijd voor de Belgen.

Ze hadden, zo werd mij verteld, een goed seizoen in tweede klasse achter de rug. Zo goed dat het van deze wedstrijd (België - Nederland) afhing of ze door mochten naar eerste klasse. Ze moesten met 49 punten verschil van de Hollanders winnen, anders ging Duitsland door. Een onmogelijke taak, dacht ik, maar de Nederlanders werden volledig afgemaakt door de Belgjes. Zo erg dat de Hollander naast me, die naar ‘t schijnt nog bij de Barbarians (het eliteteam in de rugby) had gespeeld, zuchtte dat het een ware afslachting was en daarna verder las in zijn avonturenroman.

Ik vond het wel een spannende wedstrijd. Voor de Belgen hing het er nog steeds vanaf of ze aan 49 punten verschil kwamen. Nederland bleef zitten met 3 punten en deed daarna hun best - vaak tevergeefs - om de Belgen tegen te houden.

Het was ondertussen 46 - 3 voor Belgïe. Ze moesten nog een keer de bal over de lijn van de andere ploeg krijgen (5 punten) en de daarop volgende ‘penalty’ scoren (2 punten) om naar eerste klasse te gaan. In de laatste minuten lukt het de Zwarte Duivels om de bal te grond te laten raken over de lijn - woehoe, het hele stadion gaat plat. Maar dan is het muisstil. Een speler - geen idee wie - legt de bal klaar voor de penalty: hij moet de bal tussen de twee palen krijgen.

En hij schiet naast. Het spel is voorbij, België heeft overtuigend gewonnen van Nederland, maar met een (1!) puntje te weinig missen ze de kans om naar eerste klasse te gaan. We verdrinken ons verdriet met meer pintjes.

Mijn eerste rugbywedstrijd was geweldig. Zo leuk dat ik misschien wel naar de vriendschappelijke match tussen België en de Barbarians wil gaan kijken op 24 mei. Voetbal is absoluut voor mietjes.

’s Ochtends.
“Iiiiih!”, gil ik terwijl ik de slaapkamer binnenstorm. “Iiiih!” Schattie opent een oog. “Pinback komt naar Dour!”, schreeuw ik uitgelaten. Pinback is mijn allerallerliefste muziekgroep ter wereld. “Mja”, antwoordt Schattie terwijl hij zich omdraait. “Nu gaan we zeker naar Dour”, gil ik, op en neer springend naast het bed. We twijfelden namelijk nog of we dit jaar naar het Waalse festival zouden trekken. Het was er de laatste jaren zo druk geworden en de line-up was ook niet meer zo interessant als vroeger.

Maar nu met Pinback op de affiche en ook nog Goldfrapp, Battles, Dreadzone en Madrugada is het zeker de moeite om een kleine week het comfort van een zacht bed en een propere wc achter ons te laten. “Mja, is goed, we gaan”, mompelt Schattie terwijl hij het deken over zijn hoofd trekt. Al huppelend verlaat ik de kamer.

’s Avonds.
Tijdens het avondeten begin ik er weer over. “Ik vind het geweldig dat Pinback naar Dour komt!” Schattie kijkt verbaasd. “Komt Pinback naar Dour?”

Altijd leuk om goed nieuws twee keer te kunnen brengen.

Of ik zin had om mee naar Nederland te rijden. Schattie had een gesprek over zaken, in Tilburg, op Koninginnedag. Ik heb vier jaar in Tilburg gestudeerd en gewoond, maar nog nooit is het me gelukt om op 30 april in Nederland te zijn. Ik had er wel zin in!

Tilburg leek op het eerste gezicht uitgestorven. Op de weg ernaartoe zagen we al kolonnes Hollanders die per auto hun land ontvluchtten. De overgebleven Nederlanders bleken zich allemaal in het centrum van de stad verzameld te hebben. Het was druk in de winkelstraat en in de caféstraat was er zelfs geen doorkomen aan. Vanop verschillende podia in de stad weerklonken harde beats, amateurrock en K3-deuntjes. Het kon me eerlijk gezegd niet zo boeien.

Ook het oranjegehalte was niet wat ik verwacht had. Ja, er waren mensen met oranjepruiken en -boa’s. Maar van een oranjegekte kon je nauwelijks spreken.

Dan maar een Rondje Nostalgia. Mijn vroegere stamcafés sloeg ik over - wegens overspoeld door feestvierende studenten. Ik liep door de kleine straatjes in het centrum, scoorde twee paar schoenen, liep mijn favoriete cd-winkel binnen, passeerde voorbij de bioscoop waar ik elke maandagavond was, ging iets drinken in de Langeboom. Ik was vergeten hoe proper Tilburg was en hoe schattig de huizen.

Toen Schattie klaar was met zijn gesprek, reden we langs mijn oude kot (dat nu een van onder tot boven dichtgetimmerd pand bleek!), het parkje waar we altijd zaten, het kot van mijn beste vriendin, de frituur waar ik wel eens kwam, de Albert Heijn. Wat een heimwee naar mijn studententijd! Ik zag mezelf voorbij fietsen - op die vrolijk blauwgroen gestreepte fiets die ik toen had - op weg naar een feestje, naar school. Ik herinnerde me de wafelenbak die ik ooit gaf op mijn kot en die keer dat we een M&M-feestje organiseerde.

Goede tijden.

Ik haat open eindes. Een open einde is kut. Zeker als je weken, maanden in de ban bent geweest van de Twin Peaksserie en de laatste aflevering eindigt zoals elke aflevering: vol onopgeloste raadsels.

Maar Twin Peaks is cool. Toen het begin jaren negentig op tv verscheen was ik a) te jong om ernaar te kijken en b) hadden we nog geen kabeltv thuis. Ik hou van David Lynchfilms, al snap ik ze niet helemaal. Over Twin Peaks had ik alleen nog maar goede dingen gehoord. Toch moest Schattie me eerst verzekeren dat de serie een aannemelijk verhaal had voor ik de hele dvd-box binnen haalde.

Een aannemelijk verhaal is het zeker, ook al gaat het vaak over bovennatuurlijke dingen. Het is vooral een heel spannend verhaal met heel rare personages. Mijn favorieten zijn Major Briggs, de militair met een geheime missie en een filosofische levensbeschouwing, en de sarcastische FBI-agent Rosenfield.

Omdat ik vaak pas thuis kom als er niets anders meer op tv is dan Dr. Phil of belspellen, zal ik weer op zoek moeten naar een nieuwe dvd-serie. Iemand tips?

Het was zaterdag zo’n mooi zomerweer dat ik ’s avonds met roodverbrande armen en hals naar huis fietste. De beste remedie tegen een rood velletje, zo leren vrienden en reclame mij, is een dikke laag aftersuncrème. Dus stopte ik nog even bij de winkel.

Zo veel verschillende flesjes. En allemaal beloven ze geweldige resultaten. Ik liet me verleiden door Garnier. Zij garandeerden me naast hydratatie een verlengd bruine huid. Natuurlijk wil ik wel verlengd bruin zijn! Ik smeerde dus een lekker dikke laag aftersun op mijn knalrode armen. En nog eens voor het slapen gaan.

De volgende dag had ik met vriendinnen afgesproken om een fietstochtje te maken. Vriendin S. merkte het direct. “Jij hebt zelfbruiner gebruikt”, giechelde ze toen ze mijn armen zag. Er liep een duidelijke lijn tussen de bruine bovenkant van mijn arm en de spierwitte onderkant. “Ochij”, wuifde ik haar beschuldigingen weg. Als er iets is dat ik belachelijk vind, is het bruin uit een potje. “Ik heb gewoon drie uur in dezelfde houding op een terras gezeten!” Maar ik vertrouwde het plots zelf niet meer. Zeker niet toen ik de binnenkant van mijn handen beter bekeek. Die bleken eigenlijk nogal oranje.

Ja dus, lieve lezer, Biebie heeft het zitten. Ze heeft aftersun gekocht met zelfbruiner. Heel handig dat de brave mensen van Garnier dat niet op de fles schrijven. Of toch niet in gigantische letters.

Ik ben dus waarschijnlijk als enige in België blij dat het deze week slecht weer wordt. Kan ik lange mouwen dragen zonder vreemde blikken te krijgen.

Next Page »