Schattie en ik zijn ziekjes. Als humeurige oude mannetjes (m/v) strompelen we door het huis. Schattie heeft het erger zitten dan ik, daar wil ik eerlijk over zijn. In bed voelt hij aan als een houtkachel en ook uit bed is hij niet zijn gezonde zelve. Samen klagen en zeuren we een beetje over keel-, spier, hoofd-, buik- en andere pijnen. En snot, veel snot.
Toch moeten onze geplande activiteiten doorgaan. Het is immers weekend en in bed blijven liggen doe je alleen maar als je moet werken. Dus sleept Schattie zich door het huis voor een cafeïneshot en zijn sleutels. Ik probeer mezelf moed in te praten om het gure weer te trotseren met mijn fietsje.
Vier dagen geleden zong ik nog lof over de winter. Ondertussen heb ik mijn mening weer bijgesteld: tijd dat het weer lente wordt, nee?