Het was weer even geleden sinds ons laatste zwemafspraakje. Gewoonlijk proberen collega A. en ik het elke week door te laten gaan, maar door ziekte en vakantie kwam het er een tijdje niet van. En dat was te merken vanmorgen. Zoals altijd verguldden we de bittere pil van het sporten met een kruidige saus roddels, maar omdat we elkaar zo lang niet gesproken hadden, verdronk het zwemmen in de jus.

Bibberend aan de rand van het zwembad wisselden we nieuwtjes uit over lotgevallen van collega’s, taterden we over onze vriendjes, paradijselijke stranden en baby’s. We wuifden naar een oudere collega die daar plots ook baantjes zwom, terwijl we tot onze schouders in het water zakten, toch een beetje gegeneerd.

Echt veel gezwommen heb ik vandaag niet, nee. Volgende keer beter.