Of ik zin had om mee naar Nederland te rijden. Schattie had een gesprek over zaken, in Tilburg, op Koninginnedag. Ik heb vier jaar in Tilburg gestudeerd en gewoond, maar nog nooit is het me gelukt om op 30 april in Nederland te zijn. Ik had er wel zin in!

Tilburg leek op het eerste gezicht uitgestorven. Op de weg ernaartoe zagen we al kolonnes Hollanders die per auto hun land ontvluchtten. De overgebleven Nederlanders bleken zich allemaal in het centrum van de stad verzameld te hebben. Het was druk in de winkelstraat en in de caféstraat was er zelfs geen doorkomen aan. Vanop verschillende podia in de stad weerklonken harde beats, amateurrock en K3-deuntjes. Het kon me eerlijk gezegd niet zo boeien.

Ook het oranjegehalte was niet wat ik verwacht had. Ja, er waren mensen met oranjepruiken en -boa’s. Maar van een oranjegekte kon je nauwelijks spreken.

Dan maar een Rondje Nostalgia. Mijn vroegere stamcafés sloeg ik over – wegens overspoeld door feestvierende studenten. Ik liep door de kleine straatjes in het centrum, scoorde twee paar schoenen, liep mijn favoriete cd-winkel binnen, passeerde voorbij de bioscoop waar ik elke maandagavond was, ging iets drinken in de Langeboom. Ik was vergeten hoe proper Tilburg was en hoe schattig de huizen.

Toen Schattie klaar was met zijn gesprek, reden we langs mijn oude kot (dat nu een van onder tot boven dichtgetimmerd pand bleek!), het parkje waar we altijd zaten, het kot van mijn beste vriendin, de frituur waar ik wel eens kwam, de Albert Heijn. Wat een heimwee naar mijn studententijd! Ik zag mezelf voorbij fietsen – op die vrolijk blauwgroen gestreepte fiets die ik toen had – op weg naar een feestje, naar school. Ik herinnerde me de wafelenbak die ik ooit gaf op mijn kot en die keer dat we een M&M-feestje organiseerde.

Goede tijden.