Vanavond neemt Ishtar het op tegen zangeressen in jurken met appelmotief, engeltjes en duivels, piraten, vetkuiven en een kalkoen. Je zou bijna denken dat carnaval laat valt dit jaar.

Ik kan met trots zeggen dat ik nog nooit de volledige uitzending van het Eurovisiesongfestival uitgekeken heb. Ik ben te gevoelig voor valse noten, saaie synthesizers en kitcherige refreinen, vrees ik. Ooit, tijdens de preselecties van de Belgische inzending heb ik trouwens mijn lief leren kennen. Ik vluchtte elke zondag het huis uit om te ontsnappen aan de Eurovisiesongterreur en zat plots wat vaker op café…Alwaar ik een biezonder leuke jongen beter leerde kennen. ‘t Is dus nog voor iets goed, het liedjesfestival.

Gisteren vroeg ik mij af of ik ooit een nummer uit de Eurosongparade goed vond. Natuurlijk zijn J’aime la vie en Waterloo grappige liedjes, heel retro en zo, maar het eerste nummer dat ik echt goed vond was een Franse inzending van ergens rond het jaar 1992. Een Frans-Arabische zangeres zong een liedje waar onze hele klas (derde of vierde leerjaar) helemaal gek op was.

Frankrijk heeft het dit jaar weer geflikt. Het is een steengoed nummer en je merkt bijna niet dat het een kandidaat is voor het Eurovisiesongfestival. Altijd een goed teken.

En wij gaan ons vanavond weer belachelijk maken voor heel Europa. Ik voel het.