Het meisje naast mij in de trein huilt. Ze heeft net een gesprek via de telefoon beëindigd en snottert nu haar zakdoek vol. Wat doe je als een wildvreemde zo verdrietig is? Moet je gewoon, zoals alle andere reizigers, je neus nog wat dieper in je krant of boek steken? Maar als ik haar aanspreek, zal ze het dan niet genant vinden? Zal ze nog harder beginnen te huilen? Of boos worden, zeggen dat ik mij niet moet bemoeien?
Ik twijfel. Breek mijn hoofd erover. Dan komt plots de conducteur langs. Blij met de afleiding toon ik braaf mijn abonnement. Zij geeft haar Go Pass. De conducteur bekijkt het ding nauwkeurig. “Dat is hier niet goed ingevuld, hé meiske!”, berispt hij haar. Ik zie haar schouders trillen. De conducteur gaat verder. “Ge moogt niks schrappen op de Go Pass! Maar allez, voor deze keer is het goed.” En weg is hij.
De tranen rollen nu langs haar wangen naar beneden. Voor ik het zelf besef, ligt mijn hand op haar arm. “Ge moogt het u zeker niet aantrekken”, hoor ik mezelf zeggen. Ze kijkt om, snuit haar neus, veegt haar tranen weg en we beginnen te praten. Over haar vriend die haar verjaardag vergeten is. En zij die speciaal voor hem naar het buitenland verhuisd is. Ik probeer haar op te vrolijken met een beetje goede raad (”even goed boos worden dan vergeet hij het volgend jaar zeker niet meer!”) en een paar anekdotes uit mijn eigen leven (want vergeten verjaardagen, daar kan ik ook van meespreken).
Ze kijkt al een beetje minder treurig. Ze lacht zelfs af en toe, maar ik weet plots niet meer wat zeggen zonder in herhaling te moeten vallen – of nog erger: in clichés te verzuipen. Dan krijgt ze telefoon van een vriendin en ik verdiep me weer in mijn krant. Ze is nu zo diep in gesprek dat ze niet opkijkt als ik opsta en de coupé verlaat.
Ik vraag me af of ik het een beetje goed gedaan heb. En of ik het de volgende keer weer zal durven.
22 mei 2008 at 10:16 am
Ik zou er blij mee zijn. Zelfs al is het raad van een wildvreemde persoon. Het kan nieuwe inzichten geven die vrienden of vriendinnen soms niet kunnen bieden.
22 mei 2008 at 10:16 am
Heel goed gedaan, denk ik. Een vriendelijk woord kan nooit kwad en zeker niet tegen iemand die verdrietig is.
22 mei 2008 at 4:34 pm
Je hebt haar toch droog gekregen? Awel dan!
23 mei 2008 at 12:31 am
wow! chapeau!
23 mei 2008 at 5:31 pm
Ik ben tijdens mijn stage in Antwerpen een keer voorbij de Brico gewandeld en er stond een mevrouw aan de uitgang die helemaal overstuur was (en aan het wenen uiteraard).
Ik ben niet goed in het troosten van mensen en ook al niet goed in het aanspreken van vreemden, dus ben ik gewoon doorgelopen. Maar ik hoop dat het toch goedgekomen is.
Misschien moet ik maar eens wat lef kweken :D
En wat Lamazone zegt natuurlijk: chapeau!
23 mei 2008 at 6:46 pm
@Mirthe: Ik durf het gewoonlijk ook niet, maar dan voel ik mij er telkens zo schuldig over.
Ben blij dat ik het gedurfd heb, maar ik vrees dat ik wel behoorlijk wat onzin eruit geflapt heb om het meisje op te vrolijken. En dan voel ik mij daar achteraf weer stom door :)
27 mei 2008 at 1:16 pm
In feite zouden we ons even moeten kunnen verplaatsen in de schoenen van de ‘verdrietige’ en alle twijfels over boord gooien. Wat van hieruit makkelijk gezegd is, natuurlijk. Het doet toch wel deugd, denk ik, wanneer iemand zich om je bekommert. Dus, weg met dat ’stom’ gevoel. Het was fantastisch wat je deed.
29 mei 2008 at 3:24 pm
Wauw, Bie. Bewonderenswaardig.
Het enige wat je op zo’n moment opzij moet zetten, is de schroom om jezelf belachelijk te maken of om domme dingen te zeggen… Echt mooi wat je gedaan hebt :-) Veel mensen die daar een voorbeeld aan mogen nemen. Ik durf het soms ook niet, maar probeer…
5 juni 2008 at 11:32 pm
[...] let it bie | Tags: karma, toeristen, trein | Treinconducteurs inspireren me tot goedheid. Ooit schreef ik over het meisje dat ik troostte nadat ze een verdrietmakend telefoontje kreeg én een [...]