Als echte stadsmeisjes fietsen we ergens tussen de velden van Wommelgem en Vremde. “Kijk, klaprozen!”, gillen we. En bij elke fermette roepen we om de beurt hoe lelijk het wel is en hoe we hier echt niet zouden kunnen wonen. “Maar om een dagje rond te fietsen is het wel ok”, zegt S. Ja, knikken we, dat gaat nog net.
Met een paar vriendinnen proberen we onze zondagen af en toe nuttig in te vullen met een fietstochtje op den buiten. Eens je Antwerpen verlaten hebt, is het erg verrassend hoe snel je tussen de weilanden zit. Onderweg worden de huizen gekeurd en proberen we te raden wat de boer in zijn veld gepland heeft. “Prei”, gokt S. “Mah nee gij, dat is maïs!”
Tijdens een pauze op café drinken we Vedett (zij) en trappist (ik) en bedenken we hoe we onze fietsclub kunnen noemen. Want als we iets doen, dan doen we het goed. Zo zeggen wij, de Olijke Trappers. Of de Vedettclub. Of de Zondagsrijders.
2 juni 2008 at 10:16 am
Ik ga voor “de zondagsrijders” :D
2 juni 2008 at 10:33 am
De Zondagsrijders, lol!
2 juni 2008 at 1:54 pm
Drie keer op rij: de zondagsrijders!
2 juni 2008 at 3:34 pm
Olijke trappers lijkt me meer iets voor jullie:-)
2 juni 2008 at 4:05 pm
Allez gij, een fermette, dat is toch de droom van iedere stadsmens? ;-)
3 juni 2008 at 1:47 pm
De trappende vedetten, zo te lezen :)