Het was lang geleden dat ik zo dicht bij een podium stond. Als ik had gewild, had ik bassist Pete Turner kunnen aanraken, maar ik wou de jongen niet doen schrikken. Hij durfde al amper naar het publiek kijken.

En ik vervloekte mezelf omdat ik mijn camera vergeten was. Hoe stom, stom, stom kan je zijn. Het ding lag nog gewoon te blinken in onze auto. Mentale foto’s dan maar. Van Guy Garvey die ritmisch op een ijzeren staaf klopte en van drummer Richard Jupp die de ziel uit zijn lijf sloeg en het nog leuk leek te vinden ook.

Het was goed, het optreden van Elbow gisteren. Hoewel zanger Guy tussen de liedjes door sloten water met aspirine naar binnen goot, hadden zijn zangprestaties niet onder de kater te lijden. Een echte professional.

Ok, Elbow speelde duidelijk een thuismatch. Al vanaf het eerste nummer applaudiseerde het publiek alsof ze een bis-nummer wilde. Guy leek het zelfs te merken (”Iedereen is hier zo vriendelijk voor ons, hoe saai”, waarop iemand in het publiek meteen “fuck off!” terugriep). Het was gezellig in de intieme Orangerie van de Botanique. Guy sloeg af en toe een praatje met het publiek en het publiek zong vrijwel elk nummer van begin tot einde mee. Alsof we allemaal deel uit maakten van de groep.

Misschien koop ik toch een dagticket van Pukkelpop, want dan staan ze er weer, hopelijk even goed als gisteren. En ik mag zeker mijn camera niet vergeten. Dammit.