Op de foto’s uit de brochure leek het al een beetje op The Great Northern Hotel, maar toen we het Badhotel in Rockanje (NL) in levende lijve zagen, verwachtten we elk moment een koffieslurpende Dale Cooper in de eetzaal. De kroonlusters bestonden uit rendiergeweien, er knetterde een haardvuur en er was overal hout, veel hout. Pittoresk logeren noemen ze dat.

Schattie en ik zaten afgelopen weekend op de Zuid-Hollandse eilanden, vlakbij de haven van Rotterdam, en we beleefden daar een heerlijke tijd. We hadden alleen een sauna geboekt op zaterdagavond, verder hadden we niets gepland. Toch verliep alles op rolletjes.

Wat kan er mis gaan als je logeert in een hotel met de zee in zijn achtertuin? Zeker als het zonnetje je een heel weekend lang vergezelt. Zelfs in het Italiaanse restaurant vermaakten we ons opperbest, ook al moesten we dik anderhalfuur lang naar eenzelfde nummer van Laura Pausini luisteren (en niemand behalve wij had dit door, ook het personeel niet).

Wij liepen op wolkjes door het zalige weer, de zee, de tijd voor elkaar. En ook een beetje door onze ongewoon kraaknette auto (die Schattie een paar dagen ervoor van binnen en van buiten had schoongemaakt. Het was twee jaar geleden sinds onze kar nog eens een poetsbeurt had gekregen, dus de voor en na was spectaculair!).

Niets moet, alles kan en daarom cruisden we zondag van de Zuid-Hollandse eilanden rustig langs de kust, door Zeeland, naar beneden, met tussenstops in Middelburg en een paar stranden. De Nederlandse dorpjes daar zijn heel schattig en schilderachtig. Toch mis ik er iets. Het is te proper, te netjes. Als Belgische ben ik dat helemaal niet gewoon. Het lijkt alsof de kustdorpjes minipretparken zijn, decors voor toeristen op zoek naar rust en ontspanning. Een beetje zoals Brugge eigenlijk. Er is nergens een weerhaakje te vinden. De dorpjes zijn wel interessant genoeg om een paar uur te verblijven, maar ondenkbaar om in te wonen.

Toch blijven de Nederlandse stranden me meer aanspreken dan de Belgische. De kustlijn tussen Knokke en De Panne is teveel verknoeid door lelijke hoogbouw en rommelwinkeltjes. Geef mij maar de Nederlandse duinen. En daar heb ik meer dan een reden voor (*geeft vette knipoog*).